Ouderdomspensioen

Ga je met pensioen? Dan krijg je ouderdomspensioen.

Je bouwt een ouderdomspensioen op. Het ouderdomspensioen is je inkomen voor later. Want als je met pensioen bent, krijg je geen salaris meer. Het ouderdomspensioen krijg je standaard vanaf je 68e, zolang als je leeft. Je kunt er voor kiezen om het pensioen eerder in te laten gaan. Je pensioen wordt dan lager.

Hoeveel pensioen je precies gaat krijgen hangt af van je salaris en hoelang je bij je werkgever in dienst blijft.

Pensioenfonds APF heeft twee pensioenregelingen. Iedereen bouwt pensioen op in de basisregeling. Als je meer verdient dan € 66.590 neem je ook deel aan de excedentregeling.

De basisregeling is een middelloonregeling. In een middelloonregeling bouw je elk jaar een stukje van je uiteindelijke pensioen op. Als je met pensioen gaat tellen we alle stukjes pensioen bij elkaar op. Hoeveel pensioen je in een jaar opbouwt is afhankelijk van je salaris. De hoogte van je uiteindelijke pensioen is gebaseerd op je gemiddelde salaris tijdens je loopbaan. Vandaar de term ‘middelloon’.

De excedentregeling is een beschikbare premieregeling. In een beschikbare premieregeling wordt elke maand premie ingelegd. De premie wordt belegd. De ingelegde premie én de beleggingsrendementen vormen samen je pensioenkapitaal. Als je met pensioen gaat gebruik je het kapitaal om een levenslange pensioenuitkering in te kopen. Hoeveel pensioen je in de excedentregeling opbouwt is dus sterk afhankelijk van beleggingsrendementen.

Partnerpensioen en wezenpensioen

Als je overlijdt, krijgen je partner en eventuele kinderen een uitkering. Dit noemen we partnerpensioen en wezenpensioen.

Naast het ouderdomspensioen voor jezelf, bouw je ook een partnerpensioen en wezenpensioen op. Als je overlijdt, krijgen je partner en kinderen dit pensioen. Hoeveel partnerpensioen je partner krijgt, hangt af van het moment waarop je overlijdt. Als je overlijdt tijdens je dienstverband bij je huidige werkgever krijgt je partner 70% van het te bereiken ouderdomspensioen. Als je overlijdt als je niet meer in dienst bent, krijgt je partner het opgebouwde partnerpensioen. Dit is in principe 70% van jouw opgebouwde ouderdomspensioen. Op je Uniform Pensioenoverzicht zie je de precieze bedragen. Je partner krijgt het partnerpensioen vanaf jouw overlijden, totdat je partner zelf overlijdt. Wanneer je uit dienst treedt of met pensioen gaat kun je kiezen om het partnerpensioen in te ruilen voor extra ouderdomspensioen. Je partner moet hier wel mee instemmen. Andersom kan ook: extra partnerpensioen in ruil voor een lager ouderdomspensioen.

Het wezenpensioen is geen levenslange uitkering. Je (eventuele) kinderen krijgen het wezenpensioen tot 18 jaar. Studerende kinderen krijgen tot 27 jaar het wezenpensioen. Op je Uniform Pensioenoverzicht zie je het precieze bedrag dat je kinderen krijgen.

Arbeidsongeschiktheidspensioen

Als je voor meer dan 35% arbeidsongeschikt raakt blijf je pensioen opbouwen. Het pensioenfonds betaalt dan de premie. Als je volledig arbeidsongeschikt raakt krijg je in sommige gevallen ook een arbeidsongeschiktheidspensioen van het fonds.

Je krijgt het arbeidsongeschiktheidspensioen als je volledig arbeidsongeschikt bent en je een inkomen had dat boven de € 54.616 lag. Het arbeidsongeschiktheidspensioen is een aanvulling op de uitkering van UWV. De uitkering van UWV is namelijk gebaseerd op een percentage van je salaris en bovendien is het salaris waarover je een uitkering kunt krijgen gemaximeerd tot € 54.616 (in 2018). Over het inkomen tot € 54.616 krijg je een kleine aanvulling als je een WGA-uitkering hebt.

Heb je een WGA-uitkering, dan vult het arbeidsongeschiktheidspensioen deze uitkering aan tot maximaal 75% van je salaris voordat je arbeidsongeschikt werd. In het geval van een IVA-uitkering vullen we aan tot maximaal 80% van je salaris voordat je arbeidsongeschikt werd. De uitkering stopt als je AOW krijgt.

Het arbeidsongeschiktheidspensioen zorgt voor je inkomen nu. Je inkomen later is ook geregeld. Je blijft tijdens arbeidsongeschiktheid namelijk ook pensioen opbouwen als je voor meer dan 35% arbeidsongeschikt bent. Jij en je werkgever betalen hier geen premie voor. Het pensioenfonds betaalt de premie.

Pensioenreglement

Meer weten over de pensioenregeling van Pensioenfonds APF? Kijk dan in het reglement of op de website www.pensioenfondsapf.nl.

In het reglement vind je alle details over de pensioenregeling van Pensioenfonds APF. Op de website www.pensioenfondsapf.nl worden de onderdelen van de pensioenregeling ook verder uitgelicht. Als je in dienst bent bij AkzoNobel of AkzoNobel Specialty Chemicals kun je inloggen met je DigiD voor informatie op maat. Het duurt ongeveer drie maanden voordat je toegang hebt. Je ontvangt een e-mail als je toegang hebt.

Geen pensioenopbouw boven € 107.593

Je bouwt geen pensioen op boven je salaris van € 107.593.

Verdien je meer dan € 107.593 bruto op jaarbasis? Dan bouw je over je salaris daarboven geen pensioen op. De fiscale regels maken dit niet mogelijk. Het verschil tussen je inkomen nu en later wordt hierdoor groter. 

Houd er rekening mee dat je uiteindelijke pensioen een stuk lager is dan je salaris nu. In de online tool Op Koers kun je berekenen of je misschien zelf extra moet sparen voor je pensioen. Je vindt Op Koers via de website www.pensioenfondsapf.nl. Als het nodig is kun je dus zelf extra pensioen regelen. Dit kun je op verschillende manieren doen. Bijvoorbeeld via een financieel product, zoals banksparen of een lijfrenteverzekering. Het pensioenfonds kan en mag je niet helpen bij het afsluiten van deze producten. Je moet dit via een financieel adviseur regelen.  

Arbeidsongeschiktheidspensioen

Ben je gedeeltelijk arbeidsongeschikt, of heb je een inkomen dat onder de € 54.616 lag, dan is er geen arbeidsongeschiktheidspensioen bij Pensioenfonds APF voor je geregeld.

Ben je gedeeltelijk arbeidsongeschikt, dan is er geen arbeidsongeschiktheidspensioen bij Pensioenfonds APF voor je geregeld. Je kunt wel in aanmerking komen voor een uitkering van UWV. Ook via je werkgever kun je recht hebben op een aanvulling op je inkomen.

Drie pijlers

Je bouwt op drie manieren pensioen op:
A. AOW: dit pensioen krijg je van de overheid als je in Nederland woont of werkt. Op www.svb.nl lees je meer over de AOW.
B. Pensioen bij Pensioenfonds APF: Je bouwt dit pensioen op via je werkgever. Over dit pensioen gaat deze Pensioen 1-2-3 ook.
C. Pensioen dat je zelf regelt. Bijvoorbeeld met een lijfrente of banksparen.

A. AOW: dit pensioen krijg je van de overheid
Vanaf je AOW-leeftijd krijg je AOW van de overheid. Jouw AOW-leeftijd hangt af van je geboortedatum. De AOW-leeftijd stijgt de komende jaren namelijk. Hoeveel AOW je krijgt, is afhankelijk van je burgerlijke staat. Ook kan het zijn dat je minder AOW krijgt, omdat je niet altijd in Nederland hebt gewoond of gewerkt. Je vindt de precieze regels, de hoogte van de bedragen en jouw AOW-leeftijd op de website van de Sociale Verzekeringsbank: www.svb.nl.

B. Pensioen bij Pensioenfonds APF: het pensioen dat je via je werk opbouwt
Omdat je in dienst bent bij AkzoNobel of AkzoNobel Specialty Chemicals, bouw je pensioen op bij Pensioenfonds APF. Het kan zijn dat je eerder al via een andere werkgever pensioen hebt opgebouwd. Via www.mijnpensioenoverzicht.nl zie je een totaaloverzicht van jouw pensioen.

Pensioenfonds APF heeft twee pensioenregelingen. Iedereen bouwt pensioen op in de basisregeling. Als je meer verdient dan € 67.756 neem je ook deel aan de excedentregeling. In deze Pensioen 1-2-3 lees je meer over onze pensioenregelingen.

C. Pensioen dat je zelf regelt
Je kunt zelf extra pensioen regelen. Dit kun je op verschillende manieren doen. Bijvoorbeeld via een financieel product, zoals banksparen of een lijfrenteverzekering. Het pensioenfonds kan en mag je niet helpen bij het afsluiten van deze producten. Je moet dit via een financieel adviseur regelen. Pensioenfonds APF helpt je wel om inzicht te krijgen in je pensioensituatie en te bepalen of het nodig is om zelf iets extra’s te regelen. Iedereen die deelneemt aan onze pensioenregeling krijgt namelijk toegang tot Op Koers: een online tool om te bekijken of jij op koers bent met je pensioen. Je ontvangt een e-mail zodra je toegang hebt tot Op Koers.

Middelloon

In de basisregeling (tot een salaris van € 67.756) bouw je pensioen op via een middelloonregeling. Je bouwt ieder jaar een stukje van je uiteindelijke pensioen op. Als je met pensioen gaat tellen we alle stukjes pensioen bij elkaar op. De hoogte van je uiteindelijke pensioen is gebaseerd op je gemiddelde salaris (middelloon) tijdens je loopbaan bij je werkgever.

Je bouwt ieder jaar een stukje van je uiteindelijke pensioen op. Hoeveel pensioen je in een jaar opbouwt is afhankelijk van een aantal factoren. Allereerst de pensioengrondslag: dit is het deel van je salaris dat meetelt voor je pensioen. In de basisregeling is dit je salaris vanaf € 13.785 tot € 69.797. Je bouwt namelijk niet over je hele salaris pensioen op, omdat je later ook AOW krijgt. Het deel van je salaris dat niet meetelt voor je pensioenopbouw (€ 0 tot € 13.785) noemen we de franchise. Als je meer verdient dan € 69.797 geldt daarvoor de excedentregeling.

Je bouwt elk jaar 1,875% van je pensioengrondslag aan pensioen op. In de basisregeling krijg je dus maximaal € 1.050,23 per jaar (€ 67.756 - € 13.344 x 1,875%) aan pensioen. Het pensioen dat je elk jaar opbouwt tellen we bij elkaar op. Dat is het bruto bedrag dat je vanaf je 68e elk jaar krijgt.

Premie

In de excedentregeling (vanaf € 69.797 tot € 107.593) bouw je pensioen op via een beschikbare premieregeling. In deze regeling leg je premie  in. Deze premie wordt belegd. De ingelegde premie én de beleggingsrendementen vormen samen je pensioenkapitaal. Als je met pensioen gaat gebruik je het kapitaal om een levenslange pensioenuitkering met partnerpensioen in te kopen.

Er wordt elk jaar een premie voor jou gestort. Hoeveel premie voor jou ‘beschikbaar wordt gesteld’ (beschikbare premie) is afhankelijk van je leeftijd. In de onderstaande tabel zie je welk premiepercentage bij je leeftijd hoort. De leeftijd op de laatste dag van de maand van salarisbetaling is bepalend voor de premieklasse in die maand.

Leeftijdsklasse

Bruto-staffel

op 3% rekenrente

Premiepercentage

Netto-staffel

op 3% rekenrente

Premiepercentage

tot en met 19 jaar

7,2%

6,9%

20 tot en met 24 jaar

8,0%

7,7%

25 tot en met 29 jaar

9,3%

8,9%

30 tot en met 34 jaar

10,8%

10,4%

35 tot en met 39 jaar

12,5%

12,0%

40 tot en met 44 jaar

14,6%

14,0%

45 tot en met 49 jaar

17,0%

16,3%

50 tot en met 54 jaar

19,8%

19,0%

55 tot en met 59 jaar

23,2%

22,3%

60 tot en met 64 jaar

27,6%

26,5%

65 tot en met 67 jaar

31,9%

30,6%


Het premiepercentage wordt vermenigvuldigd met je salaris vanaf € 69.797 tot maximaal € 107.593 In de excedentregeling telt dus maximaal € 37.796 mee voor je pensioenopbouw.

Voorbeeld

Je bent 47 jaar en je jaarsalaris bedraagt inclusief vakantietoeslag € 80.600. In juni ontvang je een EBITDA-uitkering van 5%. In februari en oktober verkoop je 10 verlofdagen à € 250 per dag.

Eerst wordt het jaarlijkse inkomen minus het opbouwgrensbedrag bepaald. Dat is de premiegrondslag. Daarna kan het maandelijkse inkomen waarvoor je in de BP-regeling valt, worden bepaald. Voor de maanden waarin je variabel inkomen had, wordt dit opgeteld bij het bedrag dat zojuist berekend is. De beschikbare premie wordt dan bepaald aan de hand van het relevante premiepercentage. Het beschikbare premiepercentage bedraagt in dit geval 16,3%.

Deze premie wordt vervolgens standaard belegd in het ‘fonds lifecycle 2018’. Dat betekent dat we rekening houden met je leeftijd bij het beleggen. Hoe ouder je bent, hoe minder risico we nemen in de beleggingen. Het idee is dat je zo minder kans hebt dat je opgebouwde kapitaal vlak voor de pensioendatum in sterk waarde kan dalen. Wel zo prettig als je bijna met pensioen gaat.

Als je wilt kun je een andere beleggingskeuze maken. Je vult dan een vragenlijst in. Uit deze vragenlijst blijkt hoeveel risico je wilt nemen. Met andere woorden: welk risicoprofiel past bij jou? Op basis van jouw risicoprofiel wordt vervolgens jouw premie belegd. Als blijkt dat je veel risico wilt nemen, ga je beleggen in meer risicovolle beleggingen. Dit geldt natuurlijk ook andersom.

Opbouw

Je bouwt over je pensioengrondslag pensioen op. Dit is je pensioengevend salaris minus de franchise.

Onder het pensioengevend salaris verstaan we je bruto vaste jaarsalaris, inclusief het vakantiegeld, de vaste ploegendiensttoeslag, vaste persoonlijke toeslagen en de variabele inkomensbestanddelen. Het pensioengevend salaris is nooit hoger dan € 107.593.

De franchise is voor iedereen gelijk en is in 2019 € 13.785. De franchise wordt in mindering gebracht op je pensioengevend salaris. Dit doen we omdat je later ook AOW krijgt. Daarom hoef je niet over je volledige salaris pensioen op te bouwen. Je bouwt tot € 69.797 pensioen op in de basisregeling. Voor je salaris daarboven (tot € 107.593) bouw je pensioen op in de excedentregeling.

Jij en je werkgever betalen samen de kosten voor je pensioen

Jij en je werkgever betalen samen de kosten voor je pensioen. Je werkgever houdt jouw bijdrage in op je bruto salaris. Je ziet op je salarisstrook hoeveel geld jij betaalt voor je pensioen.

Je werkgever betaalt de premie aan Pensioenfonds APF. De hoogte van deze premie staat vast. Je werkgever kan een deel van de premie inhouden op je bruto salaris. Dit is vastgelegd in de cao. Hoeveel premie je precies betaalt zie je op je salarisstrook.

Waardeoverdracht

Verander je van baan? Dan verander je vaak ook van pensioenregeling. Je kunt kiezen om het pensioen dat je eerder hebt opgebouwd mee te nemen naar je nieuwe pensioenfonds.

Verander je van baan? Dan verander je vaak ook van pensioenregeling. Je kunt kiezen om het pensioen dat je eerder hebt opgebouwd mee te nemen naar je nieuwe pensioenfonds. Dat noemen we waardeoverdracht.

Het is lastig om te beoordelen of waardeoverdracht gunstig is voor jou. Als je kiest voor waardeoverdracht wordt het pensioen dat je eerder hebt opgebouwd omgerekend naar een pensioen in je nieuwe pensioenregeling. Omdat pensioenregelingen van elkaar verschillen kan waardeoverdracht dus gevolgen hebben voor de hoogte van je pensioen. De waarde van je pensioen blijft wel altijd hetzelfde. Een financieel adviseur kan je helpen om deze keuze te maken.

Je regelt waardeoverdracht altijd bij je nieuwe pensioenfonds. Daar dien je  een verzoek voor waardeoverdracht in. Vervolgens ontvang je een offerte. Op de offerte staat hoeveel pensioen je krijgt in de nieuwe pensioenregeling. Pas als je akkoord gaat met de offerte wordt de waardeoverdracht in gang gezet.

Pensioenvergelijker

Wil je jouw pensioenregeling vergelijken met een andere pensioenregeling? Klik door naar de pensioenvergelijker.

Naar de pensioenvergelijker basis

Naar de pensioenvergelijker excedent

Eerder met pensioen

Je kunt eerder met pensioen gaan dan de standaardleeftijd van 68 jaar. Je pensioen wordt hierdoor wel lager.

Je pensioen is berekend alsof je vanaf je 68e je pensioen krijgt. 

Je kunt kiezen om het pensioen eerder dan je 68e in te laten gaan maar niet later. Het pensioen dat je jaarlijks gaat krijgen wordt lager als je eerder met pensioen gaat. Dat is ook wel logisch: je krijgt het pensioen namelijk langer uitgekeerd. Voor elk jaar dat het pensioen eerder in gaat, wordt het pensioen ongeveer 7% lager. Je kunt het pensioen op zijn vroegst op je 60e in laten gaan.

Het pensioenfonds gaat er vanuit dat je met pensioen gaat als je ook AOW krijgt. Dan stopt namelijk ook je arbeidsovereenkomst. Als jij op een ander moment met pensioen wilt gaan moet je dit zelf bij het pensioenfonds aangeven. Ook moet je dit met je werkgever afstemmen.

Deeltijdpensioen

Je kunt kiezen om alvast voor een deel met pensioen te gaan en ook voor een deel te blijven werken. Je laat een deel van je pensioen alvast in gaan en je krijgt voor het deel dat je werkt je salaris.

Wil je nog niet helemaal stoppen met werken, maar het wel al wat rustiger aan doen? Dan kun je kiezen om met deeltijdpensioen te gaan.

Als je kiest voor deeltijdpensioen ga je in deeltijd werken. Je krijgt daardoor minder salaris. Daarom laat je ook een deel van je pensioen al in gaan. Je kiest zelf wanneer je helemaal stopt met werken en je pensioen ook helemaal in laat gaan.

Je moet deeltijdpensioen in overleg met je werkgever regelen. Geef je voorkeur vervolgens ook door aan het pensioenfonds.

Ouderdomspensioen inwisselen voor partnerpensioen. Of andersom.

Als je met pensioen gaat kun je een deel van je ouderdomspensioen uitruilen voor partnerpensioen. Andersom kan ook.

Als je met pensioen gaat kun je kiezen voor een andere verdeling tussen het ouderdomspensioen en partnerpensioen. Je kunt besluiten om ouderdomspensioen in te ruilen voor partnerpensioen.

Je krijgt hierdoor een lager ouderdomspensioen, maar als je overlijdt krijgt je partner wel een hoger partnerpensioen. Er gelden wel grenzen. Zo kan het partnerpensioen nooit hoger worden dan het ouderdomspensioen.
Andersom is ook mogelijk. Als je partner zelf een pensioen heeft is het misschien niet nodig om een partnerpensioen te regelen. Je kunt er dan voor kiezen om het partnerpensioen in te ruilen voor ouderdomspensioen. Het ouderdomspensioen wordt hierdoor hoger, het partnerpensioen lager. Je partner moet het wel eens zijn met deze keuze.

Als je geen partner hebt wordt het partnerpensioen automatisch ingeruild voor een hoger ouderdomspensioen.

Een variabele pensioenuitkering

Je kunt kiezen voor een variabele pensioenuitkering: de eerste jaren een wat hoger pensioen, en de jaren daarna een lager pensioen. Of juist andersom.

Standaard krijg je elke maand hetzelfde pensioenbedrag. Maar je kunt kiezen om de eerste jaren een hoger en daarna een lager pensioen te ontvangen. Bijvoorbeeld als je je hypotheek nog niet hebt afgelost, of nog geen AOW krijgt. Andersom is ook mogelijk: de eerste jaren een lager pensioen en daarna een hoger pensioen. Het lagere pensioen is minimaal 75% van het hogere pensioen. En de verandering van de hoogte van het pensioen kan uiterlijk op je 72e plaatsvinden.

Beleggingskeuze

Als je deelneemt aan de excedentregeling, kun je ervoor kiezen om op basis van jouw eigen beleggingsprofiel te laten beleggen.

De excedentregeling is een beschikbare premieregeling. In een beschikbare premieregeling wordt elke maand premie ingelegd. Deze premie wordt vervolgens standaard belegd in ‘fonds lifecycle 2018’. Dat betekent dat we rekening houden met je leeftijd bij het beleggen. Hoe ouder je bent, hoe minder risico we nemen in de beleggingen. Het idee is dat je zo minder kans hebt dat je opgebouwde kapitaal vlak voor de pensioendatum in sterk waarde kan dalen. Wel zo prettig als je bijna met pensioen gaat.

Als je wilt kun je een andere beleggingskeuze maken. Je vult dan een vragenlijst in. Uit deze vragenlijst blijkt hoeveel risico je wilt nemen. Met andere woorden: welk risicoprofiel past bij jou? Op basis van jouw risicoprofiel wordt vervolgens jouw premie belegd. Als blijkt dat je veel risico wilt nemen, ga je beleggen in meer risicovolle beleggingen. Dit geldt natuurlijk ook andersom.

Uitkeringszekerheid

De hoogte van je pensioen staat niet vast. Een pensioenfonds heeft namelijk te maken met risico’s die invloed kunnen hebben op de hoogte van je pensioen.

De hoogte van je pensioen staat niet vast. Er is een aantal risico’s die de hoogte van je pensioen kunnen beïnvloeden:

1. Mensen worden ouder
Als de levensverwachting stijgt, wordt het pensioen duurder. Het pensioen moet namelijk langer worden uitgekeerd. Het pensioenfonds moet dan meer geld reserveren om het pensioen te kunnen betalen.

2. De rente daalt
Ook de rentestand heeft invloed op de financiële situatie van het pensioenfonds. Hoe lager de rente, hoe meer geld we nu al moeten reserveren. We krijgen namelijk minder inkomsten uit de rente. We moeten dus meer geld voor je pensioen reserveren.

3. De beleggingen vallen tegen
Het pensioengeld wordt belegd. Als de beleggingsrendementen tegenvallen, heeft dit weer invloed op de financiële situatie.

4. Regelgeving
Het kan voorkomen dat er nieuwe regels voor pensioenen gaan gelden. Bijvoorbeeld strengere regels over hoeveel pensioen je mag opbouwen. Of een verhoging van de pensioenleeftijd. De regelgeving kan dus ook invloed hebben op je pensioen.

Indexatie

Geld wordt door inflatie minder waard vanwege prijsstijgingen.  Pensioenfonds APF probeert het pensioen daarom elk jaar te verhogen zodat het pensioen meegroeit met de stijging van de lonen en/of de prijzen. Dat noemen we indexatie of toeslagverlening. Dit kan alleen als de financiële situatie van het pensioenfonds goed genoeg is.

Ons pensioenfonds probeert je pensioen elk jaar te verhogen

Wij streven ernaar je pensioen mee te laten groeien met de algemene loonindex van AkzoNobel. Dat lukt alleen als onze financiële situatie goed genoeg is. We besluiten elk jaar of we je pensioen kunnen verhogen en in welke mate. Onze financiële situatie was de afgelopen tijd niet goed genoeg. Daarom konden we de pensioenen per 1 januari 2018 niet verhogen met de stijging van de lonen. Als het in de toekomst tegen zit, moeten we je pensioen misschien verlagen. We doen dit alleen als het niet anders kan. 

De laatste 5 jaar veranderden wij de pensioenen zo 

Je ziet ook of de stijging van de prijzen is goedgemaakt als je pensioen omhoog ging.

Datum veranderen   Verhoging van je pensioen Prijsstijging
1 januari 2018  0,00%    
1 januari 2017 0,00% 0,32%*
1 januari 2016 0,00% 0,65%*
1 januari 2015 1,59% 0,98%*
1 januari 2014  1,00%  2,51%*
1 januari 2013  0,50%  1,24%**
*    De prijsstijging van 1 januari tot en met 31 december van dat jaar.
**    De prijsstijging in de periode van 1 juli 2012 tot en met 31 december 2012.

Het is niet zeker of we de komende jaren je pensioen kunnen verhogen.
 

Geld wordt door inflatie minder waard. Je kunt voor hetzelfde geld minder kopen. Dit geldt ook voor je pensioen. Daarom probeert Pensioenfonds APF het pensioen elk jaar te verhogen. Dat noemen we indexatie.

Pensioenfonds APF verhoogt de pensioenen alleen als de financiële situatie van het pensioenfonds voldoende is. We betalen namelijk geen premie voor indexatie. De indexatie wordt betaald uit de beleggingsrendementen.

Als je in dienst bent bij AkzoNobel of AkzoNobel Specialty Chemicals kijken we naar de loonstijging. We proberen het pensioen dat je al hebt opgebouwd met hetzelfde percentage als de loonstijging te verhogen.

Als je niet meer in dienst bent bij je werkgever of al met pensioen bent kijken we naar de prijsstijging. We proberen het pensioen dat je hebt opgebouwd of al ontvangt met hetzelfde percentage als de prijsstijging te verhogen.

De laatste 10 jaar veranderden wij de pensioenen zo 

Je ziet ook of de stijging van de prijzen is goedgemaakt als je pensioen omhoog ging.

Datum verandering Verhoging van je pensioen Prijsstijging
1 januari 2018 0,00%  
1 januari 2017 0,00% 0,32%*
1 januari 2016 0,00% 0,65%*
1 januari 2015 1,59% 0,98%*
1 januari 2014 1,00% 2,51%*
1 januari 2013 0,50% 1,24%**
1 juli 2012 1,75% 2,14%***
1 juli 2011 1,50% 2,29***
1 juli 2010 1,00% 1,70%****
1 januari 2010 0,75% 0,85%*****
1 april 2019 0,50% 1,96%******

*     De prijsstijging van 1 januari tot en met 31 december van dat jaar.
**    De prijsstijging in de periode van 1 juli 2012 tot en met 31 december 2012.
*** De prijsstijging in de periode van juli van het jaar voorafgaande aan de datum van de toeslagverlening ten opzichte van juli van het jaar daaraan voorafgaand.

****De prijsstijging in de periode van 1 januari 2010 tot en met 30 juni 2010
***** De prijsstijging in de periode van 1 april 2009 tot en met 31 december 2009
****** De prijsstijging in de periode van 1 april 2008 tot en met 31 maart 2009.

Het is niet zeker of we de komende jaren je pensioen kunnen verhogen.

Tekorten

Het pensioenfonds heeft met je werkgever een vaste premie afgesproken. Mocht het pensioenfonds onverhoopt niet genoeg geld hebben  om alle pensioenen te betalen, stort de werkgever geen extra geld. We moeten tekorten dus zelf opvangen, bijvoorbeeld door niet te indexeren of in het uiterste geval door de pensioenen te verlagen. Natuurlijk proberen we dat te voorkomen!

We hebben met de werkgever een vaste premie afgesproken. Niet meer, maar ook niet minder. Onder normale omstandigheden is de premie die de werkgever betaalt ruim voldoende om je pensioen te kunnen financieren, maar je hebt geen garantie. Als het slecht gaat met het pensioenfonds dan moet Pensioenfonds APF de financiële situatie van het fonds zelf herstellen. Bijvoorbeeld door geen indexatie te verlenen of de pensioenen te verlagen.

De financiële situatie is afhankelijk van verschillende factoren. Allereerst speelt de rentestand een belangrijke rol. Als de rente daalt, moeten we meer geld reserveren waardoor de financiële situatie verslechtert. Je kunt dit vergelijken met een spaarrekening. Als je over 20 jaar € 1.000 nodig hebt en de rente is 1%, dan moet je nu € 820 op je bankrekening hebben staan. Je krijgt namelijk rente en na 20 jaar kom je uit op € 1.000. Als de rente 4% in plaats van 1% is, hoef je nu maar € 456 (!) in kas te hebben om over 20 jaar ook op € 1.000 uit te komen. Dit geldt ook voor pensioenfondsen: hoe lager de rente hoe meer geld we moeten reserveren.

Daarnaast spelen ook de beleggingskoersen een rol. Het pensioengeld wordt belegd. Als de beleggingsrendementen tegenvallen, heeft dit weer invloed op de financiële situatie. We hebben dan minder geld dan verwacht, waardoor onze financiële situatie verslechtert.

Tot slot kan het pensioen ook duurder worden omdat mensen ouder worden. Als de levensverwachting stijgt, moet het pensioen langer worden uitgekeerd, terwijl hier nooit premie voor is betaald. Het pensioenfonds moet dan meer geld reserveren om het pensioen te kunnen betalen.

We kunnen actie ondernemen om de financiële situatie weer op niveau te krijgen. Allereerst kan het pensioenfonds besluiten om de pensioenen niet te indexeren. Het pensioen dat je opbouwt wordt dan niet verhoogd. Hierdoor wordt de koopkracht van je pensioen lager: je kunt van je pensioen minder kopen.

Een andere maatregel is dat er in een jaar minder pensioen wordt opgebouwd. Het opbouwpercentage wordt dan verlaagd.

Een laatste – en de meest extreme - maatregel is de pensioenen verlagen. Dit doen we alleen in het uiterste geval.

Kosten

Pensioenfonds APF maakt kosten om de pensioenregeling uit te voeren. We zijn transparant over deze kosten en kijken kritisch naar het geld dat we uitgeven.

Pensioenfonds APF maakt verschillende kosten om de pensioenregeling uit te voeren.

Uitvoeringskosten zijn kosten die gemaakt worden voor de administratie, communicatie en bijvoorbeeld de uitbetaling van de pensioenuitkeringen. De uitvoeringskosten bij Pensioenfonds APF zijn € 126 per deelnemer. In totaal is dit € 4,6 miljoen.

Vermogensbeheerkosten zijn kosten die gemaakt worden voor het beleggen van het pensioengeld. Beleggen van geld brengt kosten met zich mee. Pensioenfonds APF betaalt bijvoorbeeld vermogensbeheerders. Ook zijn er transactiekosten. Dit zijn kosten voor het kopen of verkopen van beleggingen. De vermogensbeheerkosten zijn € 25,9 miljoen, waarvan € 4,6 miljoen transactiekosten zijn.

In het jaarverslag vindt je een specificatie van de kosten die Pensioenfonds APF maakt.

Een nieuwe baan

Als je van baan wisselt kun je kiezen om het pensioen dat je via je vorige baan hebt opgebouwd over te dragen naar je nieuwe pensioenfonds. Dit heet waardeoverdracht.

Je regelt waardeoverdracht altijd bij je nieuwe pensioenfonds. Je dient daar een verzoek voor waardeoverdracht in. Vervolgens ontvang je een offerte. Op de offerte staat hoeveel pensioen je krijgt in de nieuwe pensioenregeling. Pas als je akkoord gaat met de offerte wordt de waardeoverdracht in gang gezet.

Als je arbeidsongeschikt raakt

Als je arbeidsongeschikt raakt, kun je een arbeidsongeschiktheidspensioen krijgen. Je blijft pensioen opbouwen, maar je betaalt hier geen premie meer voor.

Pensioenfonds APF informeert je over de gevolgen van arbeidsongeschiktheid. Je hoeft niets aan ons door te geven. We krijgen de gegevens namelijk van UWV. Op de website van UWV lees je meer over de uitkering die je van UWV krijgt: www.uwv.nl.

Nieuwe relatie

Als je gaat trouwen, een geregistreerd partnerschap aangaat of gaat samenwonen.

Als je gaat trouwen, een geregistreerd partnerschap aangaat of gaat samenwonen, is er een partnerpensioen geregeld voor je partner als jij overlijdt. In geval van een huwelijk of geregistreerd partnerschap is er automatisch partnerpensioen geregeld. Je hoeft zelf niet in actie te komen.

Let op: als je ongehuwd samenwoont, heeft je partner niet automatisch recht op partnerpensioen als je overlijdt. Om je partner daarvoor in aanmerking te laten komen, moet je een notarieel samenlevingscontract hebben. Een kopie van dat contract moet je naar ons opsturen.

Uit elkaar

Als je uit elkaar gaat, heeft dit ook gevolgen voor je pensioen. Wil je dat het pensioenfonds de betaling aan je ex-partner regelt? Meld je scheiding dan binnen 2 jaar bij ons.

In de wet is geregeld dat de helft van je ouderdomspensioen dat je tijdens je huwelijk of geregistreerd partnerschap hebt opgebouwd naar je ex-partner gaat. Je kunt samen een andere verdeling afspreken. Als je wilt dat het pensioenfonds de verdeling regelt, moet je je scheiding binnen twee jaar bij het pensioenfonds melden. Wij zorgen dan voor de verdeling zoals je deze met je ex-partner hebt afgesproken.

Het partnerpensioen dat je tot aan het einde van je relatie hebt opgebouwd is voor je ex-partner. We noemen dit bijzonder partnerpensioen. Dit geldt ook als je officieel samenwoont. Het is daarom belangrijk dat je je partner ook afmeldt als je het samenlevingscontract beëindigt.

Werkloos

Als je werkloos wordt, stopt ook je pensioenopbouw. Het pensioen dat je hebt opgebouwd blijft gewoon van jou.

Als je werkloos wordt, stopt ook je pensioenopbouw. Het pensioen dat je hebt opgebouwd blijft gewoon van jou. Pensioenfonds APF krijgt via je werkgever door dat je niet meer in dienst bent. Je hoeft zelf dus niets door te geven.

Meer of minder werken

Als je meer of minder gaat werken, heeft dit ook gevolgen voor je pensioen.

Als je meer of minder gaat werken, ga je ook meer of minder pensioen opbouwen. Je hoeft niets door te geven aan het pensioenfonds. We krijgen deze gegevens namelijk via de werkgever.

Hoeveel pensioen je opbouwt is berekend op basis van je fulltime salaris. Als je niet fulltime werkt, wordt je jaarlijkse pensioenopbouw vermenigvuldigd met je parttimepercentage. Je bouwt naar verhouding dus minder pensioen op.

Met verlof

Als je met onbetaald verlof gaat bouw je geen pensioen op. Je blijft nog wel een periode verzekerd voor nabestaandenpensioen.

Als je met onbetaald verlof gaat stopt je pensioenopbouw. Je krijgt namelijk ook geen salaris. Maar je blijft wel nog 18 maanden verzekerd voor nabestaandenpensioen. Je verlof heeft dus geen gevolgen voor de hoogte van je nabestaandenpensioen.

Je hoeft je verlof niet bij Pensioenfonds APF te melden. We krijgen deze gegevens namelijk via de werkgever door.

Verhuizen naar het buitenland

Als je naar het buitenland verhuist moet je je nieuwe adres doorgeven aan het pensioenfonds.

Als je naar het buitenland verhuist, sta je niet meer in de gemeentelijke basisadministratie. Het pensioenfonds krijgt via deze administratie gegevens over je burgerlijke staat en je adres. Omdat je in het buitenland woont moet je deze zaken zelf aan ons doorgeven.

Ook bouw je geen AOW op als je in het buitenland woont. Op de website van de Sociale Verzekeringsbank (www.svb.nl) lees je wat de gevolgen hiervan zijn.

Houd er tot slot ook rekening mee dat er in het buitenland andere belastingregels gelden. Dit kan invloed hebben op je pensioen.

Mijnpensioenoverzicht.nl

Houd je pensioen in de gaten. Check elk jaar of je op koers bent met je pensioen!

Via www.mijnpensioenoverzicht.nl krijg je een totaaloverzicht van je pensioen. Je ziet hier hoeveel AOW je later krijgt en hoeveel pensioen je hebt opgebouwd bij verschillende werkgevers.

Wil je weten of dit pensioen genoeg is? Ga dan naar de online tool Op Koers. Met Op Koers krijg je inzicht in je pensioensituatie: lig je op koers om later genoeg pensioen te krijgen? Je krijgt toegang tot Op Koers als je in dienst bent bij AkzoNobel of AkzoNobel Specialty Chemicals. Het duurt ongeveer drie maanden voordat je toegang krijgt, omdat je dan bent verwerkt in onze administratie. Je ontvangt vanzelf een e-mail met een uitnodiging.

Vragen?

Heb je vragen over de pensioenregeling? Neem dan contact met ons op.

Je kunt via het contactformulier op de website je vraag stellen. Maar je kunt ook rechtstreeks contact met ons opnemen. Wij zijn op werkdagen van 8:30 uur tot 17:00 uur telefonisch bereikbaar op: 013 462 33 12.